Reflectie week 3
Hoe leren we met ons lichaam?
https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/het-creeren-van-een-goed-pedagogisch-klimaat-in-de-klas#het-belang-van-een-goede-leraar-leerlingrelatie


Het creëren van een goed pedagogisch klimaat in de klas
Gepubliceerd: 19 augustus 2021

Een goede leraar-leerling relatie en goed klassenmanagement zijn belangrijk voor een positieve sfeer en veilig pedagogisch klimaat. In een onveilig klimaat door pestgedrag, komen leerlingen niet tot leren.

Om tot leren te komen hebben leerlingen een ondersteunende, gestructureerde, en veilige omgeving nodig. Een omgeving waarin leerlingen zich geaccepteerd voelen, ontdekken dat ze steeds meer taken aankunnen en hun leergedrag zelf kunnen sturen. Daarbij speelt houding en aanpak van de leraar, evenals het gedrag van leerlingen een grote rol. We bespreken drie zaken die van invloed zijn op het pedagogisch klimaat in de klas:

Het belang van een goede leraar-leerling relatie
Een goede leraar-leerling relatie kan gedragsproblemen in de klas voorkomen of verminderen doordat leerlingen zich meer op hun gemak voelen en mede daardoor ook gemotiveerder zijn.
Goed klassenmanagement als voorwaarde voor een positieve sfeer
Klassenmanagement richt zich op het groepsproces en hoe een les georganiseerd wordt, ook om aan individuele behoeften van leerlingen te kunnen voldoen. Leraren kunnen verschillende interventies en methoden gebruiken om leren in de klas te ondersteunen, leerlingen te motiveren, en gedragsproblemen te verminderen.
Pesten: aanpak en preventie
Voor een positief en veilig klimaat is het van belang dat scholen ongewenst en pestgedrag van leerlingen voorkomen. Pesten kan op korte en lange termijn negatieve consequenties hebben voor leerlingen, nu en in hun latere leven. Er zijn verschillende programma’s en interventies ontwikkeld om pestgedrag tegen te gaan en prosociaal gedrag te stimuleren
Het belang van een goede leraar-leerling relatie
De kwaliteit van interpersoonlijke relaties tussen leraren en leerlingen vormt de basis van het klimaat in de klas. Positieve relaties zijn belangrijk voor zowel het sociaal en cognitief functioneren van de leerlingen als voor het welbevinden van de leraar (Koomen et al., 2010; Brekelmans, 2010; Hendrickx, 2017).

De leraar heeft een voorbeeldfunctie
Het opbouwen van een positieve relatie met een leerling begint bij de leraar. Leraren staan model voor de relaties tussen leerlingen onderling. Als zij investeren in hechte, positieve relaties met leerlingen kunnen zij prosociaal gedrag stimuleren. De relatie tussen leraar en leerling kan de sociale positie van leerlingen in de klas meebepalen (Endedijk et al., 2019). Omdat leerlingen zich door een positieve relatie meer op hun gemak voelen kunnen zij meer energie steken in hun schoolwerk. Deze redenering geldt ook andersom. Herhaaldelijk negatieve interacties tussen leraar en leerling kunnen de sociale positie van het kind in de klas verslechteren. Een negatieve of conflictueuze aanpak van een leraar kan daarnaast leiden tot (meer) probleemgedrag en leerproblemen. Leerlingen zijn dus het meest op hun gemak en gemotiveerd wanneer ze hun leraren als vriendelijk en sturend ervaren (Hendrickx, 2017; Stoep et al., 2019).

Positieve betrokkenheid, ondersteuning van autonomie en aandacht voor structuur
Naast oprechte aandacht voor leerlingen is het ook belangrijk dat leraren de autonomie van leerlingen ondersteunen, door aan te sluiten bij de leefwereld en interesse van leerlingen en hen betekenisvolle keuzes te bieden. Als leraren daarbij ook zorgen voor voldoende structuur in de leeromgeving heeft dit een gunstige uitwerking op de intrinsieke motivatie en inzet van leerlingen (Hornstra et al., 2016; Opdenakker, 2014). Leerlingen hechten (onbewust) veel waarde aan duidelijke verwachtingen en heldere regels. Belangrijk hierbij is dat leraren niet alleen aangeven wat níet mag, maar op een vriendelijke manier aangeven wat juist wel gewenst is. Wanneer een leraar dit goed op orde heeft, krijgen leerlingen de ruimte die zij nodig hebben om zich te ontwikkelen (Battalio et al., 2013; Hornstra et al., 2016).

Positieve relaties ook na de basisschoolperiode van belang
Vroeger werd gedacht dat de invloed van een goede leraar-leerling relatie minder wordt naarmate leerlingen ouder worden. Dit blijkt een misvatting. Bij tieners neemt de intrinsieke motivatie om te leren af en juist dan maakt het uit of je een warme band met je leraar hebt. Leerlingen doen meer hun best bij een leraar die zij mogen en waarderen (Koomen et al., 2010).

Leeftijd en ervaring van de leraar hebben invloed
Natuurlijk bestaan er verschillen tussen leraren. Beginnende leraren vinden het over het algemeen wat lastiger om een groep te leiden en om op een vriendelijke manier verwachtingen voor de klas duidelijk te maken. Hierdoor is het voor hen moeilijker om structuur te bieden. Op dit gebied maken beginnende leraren dan doorgaans ook de grootste ontwikkeling door. Leraren die langer in het vak zitten hebben doorgaans meer overwicht in de klas, maar voor hen bestaat de valkuil dat de emotionele afstand tot leerlingen over de jaren toeneemt. Dit kan onder meer worden verklaard door het grotere leeftijdsverschil, grotere verschillen in normen en waarden en verminderd enthousiasme van de leraar door routine. Voor deze groep leraren is het daarom van belang zich te verdiepen in de belevingswereld van leerlingen en ruimte te geven aan kritische geluiden. Zodoende kunnen ze een goede leraar-leerling relatie behouden en een goed klassenklimaat creëren (Brekelmans, 2010).

Goed klassenmanagement als voorwaarde voor een positieve sfeer
In het onderwijs wordt relatief meer aandacht besteed aan het beïnvloeden van individueel probleemgedrag, er wordt minder gekeken naar factoren in de leeromgeving die van invloed kunnen zijn op het gedrag van leerlingen. Onderzoek laat zien dat goed klassenmanagement kan helpen om gedragsproblemen te voorkomen of te verminderen (Goei & Kleijnen, 2009; Marzano, 2007; Korpershoek et al., 2014).

Klassenmanagement is een verzamelterm
Klassenmanagement is de manier waarop een leraar een les organiseert en de groep aanstuurt. Dit kan zich richten op leeractiviteiten en sociale processen, en omvat alle maatregelen om een prettig klimaat te creëren zodat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Het gaat dus zeker niet alleen om regels maar ook om aspecten als klasinrichting, methoden en instructie, en de manier waarop de leraar omgaat met de leerlingen (Beekhoven, 2018; Walraven et al., 2011). Zo kan het bijvoorbeeld helpen als het klaslokaal een duidelijke structuur heeft zodat leerlingen weten wat er op welke plek van hen wordt verwacht. Denk hierbij aan functionele werk- of speelhoeken en het creëren van individuele werkstations. Ook het samen maken van afspraken met leerlingen over klassenregels geeft duidelijkheid, waardoor leraren en leerlingen weten waar ze aan toe zijn. En belangrijk onderdeel van klassenmanagement is de manier waarop de leraar de regels hanteert en leerlinggedrag bijstuurt (Korpershoek et al., 2014).

Groepsproces versus individuele leerlingbehoeften
Belangrijk bij klassenmanagement is dat er aan de ene kant rekening wordt gehouden met het groepsproces maar tegelijkertijd aandacht blijft voor individuele behoeften van leerlingen. Dit is niet altijd een eenvoudige opgave. Gelukkig zijn er verschillende klassenmanagementinterventies die hierbij kunnen helpen. Grofweg zijn deze interventies in te delen in drie categorieën: interventies gericht op het gedrag van de leraar, interventies gericht op het gedrag van de leerling en interventies gericht op de emotionele ontwikkeling van de leerling. De meeste klassenmanagementinterventies hebben een positief effect op leerprestaties, het gedrag en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Interventies met een focus op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen zijn iets effectiever dan interventies zonder deze focus, vooral wat betreft het bevorderen van deze ontwikkeling. Interventies gericht op het gedrag van de leraar en zijn managementvaardigheden hebben een positief effect op de leerlingprestaties. Een voorbeeld van een onderzochte en erkende klassenmanagementinterventie is PAD (Korpershoek et al., 2014).

Pesten: aanpak en preventie
Het onderwijs heeft een wettelijke verplichting om pesten te voorkomen en te zorgen voor een veilig klimaat op school. Desondanks is pesten in het onderwijs een wijdverbreid probleem. Gepest worden heeft tal van negatieve consequenties, waaronder verminderde schoolprestaties, schoolverzuim, eenzaamheid, gebrek aan vertrouwen in zichzelf en anderen, en psychische klachten die kinderen lang met zich mee kunnen dragen. Ook kinderen die pesten kunnen gevolgen ondervinden van hun gedrag. Zo hebben zij vaak moeite om met overleg en begrip voor anderen iets te bereiken en blijven daardoor vaak onaangepast gedrag vertonen. Pesten heeft ook een ongunstige invloed op het klassenklimaat en in een onveilig klimaat komen leerlingen niet tot leren. In klassen waar gepest wordt hangt een gespannen sfeer (Orobio de Castro et al., 2018).

Aanpak van pesten op school
Er is een groot aantal programma’s ontwikkeld om scholen en leraren te helpen om pesten terug te dringen. Binnen deze interventies zijn verschillende typen programma’s te onderscheiden. Zo bestaan er aan de ene kant universele programma’s die gericht zijn op de hele klas of school om de groepsdynamiek te verbeteren en pestgedrag te voorkomen of tegen te gaan. Dit zijn bijvoorbeeld schoolprogramma's die sociale vaardigheden of weerbaarheid van leerlingen versterken. Ook zijn er interventies die zich richten op het bevorderen van een positief schoolklimaat en het betrekken van sociale systemen rondom kinderen. Voorbeelden van erkende universele interventies in het primair onderwijs zijn PRIMA en KiVa. Deze interventies hebben bewezen pesten binnen een jaar te kunnen verminderen. Naast schoolbrede interventies bestaan er ook selectieve programma’s gericht op een specifieke groep leerlingen, zoals leerlingen met externaliserend probleemgedrag of klassen met veel conflicten. Een voorbeeld van een erkend selectief programma is Alles Kidzzz (Eck, 2018).

Cyberpesten, een ongrijpbaar probleem
Naast interventies die gericht zijn op traditionelere vormen van pesten, neemt de aandacht voor digitaal pesten toe. Waar klassiek pesten zich voornamelijk voordoet op en rond school heeft digitaal pesten, ook wel cyberpesten genoemd, deze grenzen vervaagd. Informatievoorziening over cyberpesten aan jongeren én hun ouders is belangrijk bij het tegengaan van deze vorm van pesten en deze strategie wordt dan ook door veel scholen toegepast (Noort & Van der Vecht, 2016). Over effectieve interventies die zich specifiek op cyberpesten op de basisschool richten, is nog niet veel bekend. Sommige aspecten van cyberpesten zijn opgenomen in eerdergenoemde interventies, zoals PRIMA en KiVa.
Mijn statement.
Als een werkgever of een opleiding niet kan zorgen voor een veilig klimaat waarin de medewerkers of leerlingen/studenten zich gehoord en gezien voelen, dan faalt deze werkgever/opleider, met het gevolg dat de mens die dit ondergaat zich onprettig voelt en minder gemotiveerd.
Het begint met een sfeer waarin de nieuwe medewerker/leerling/student niet al te veel vragen hoeft te stellen en niet al te veel tijd kwijt is aan het vinden van antwoorden op allerlei vragen... het is niet vanzelfsprekend dat iemand alles zélf maar moet zien te ontdekken. Dat vind ik best wel antisociaal.
Zorgen voor ..... in relatie tot opvoeden ....
wat hier dan vooral een plaatsje verdient : mijn lieve kids, Elvira, Casper en Lotte (nu 27, 24 en 19)
Bij deze werkgever ging dit niet goed... en dat laat ik weten, zodat mensen weten waar ze terecht komen.... dat is ook zorgen.
Ieder mens is anders, heeft een andere geschiedenis, heeft andere gedachten...
respect voor elkaar is het allerbelangrijkste.
Loop dus niet voortdurend over de ander heen met al je mooie woorden, en negeer iemand ook niet. Zorg dat de ander zich gezien/gehoord voelt, gewaardeerd. Luister gewoon goed of geef de ander de kans iets te vertellen, zonder meteen te (ver)oordelen. Geef respect een kans en zorg dat je niemand buitensluit.
Voorbeeld: ik liep vorige week achter klasgenoten aan naar het Rietveldgebouw en werd totaal genegeerd, ik liep samen op, maar liep vervolgens in mijn eentje achteraan. Heel kil. hoe onaardig is dat. Maar het is duidelijk, dan maar niet. Ik ga mij niet opdringen.
Zelfzorg.

Twintig! jaar van mijn leven heb ik weggegooid met houden van iemand die een ernstige persoonlijkheids-
stoornis heeft. Vader van mijn jongste dochter.
Het heeft mij jaren gekost om los te laten. Het heeft geen zin te houden van als er niet van jou gehouden wordt.
Ik heb mij er niet door laten definiëren en ben nu zeer gelukkig getrouwd met een man die mij wél ziet en waardeert en onvoorwaardelijk van mij houdt.
Ik heb mij verdiept in Mindfulness en heb mijn studie weer opgepakt.
Wat heb ik, als student, nodig voor een fijne lesomgeving / wat hebben mijn leerlingen nodig
Het eerste waar ik bij het woord 'zorg'
aan denk zijn mijn kinderen, deze drie
rose/blauwe wolkjes zijn inmiddels
19, 25 en 27 jaar en al uitgevlogen....
16 februari 2025.
Terugkijkend op deze drie ochtenden 'many hands make a quilt' een voor mij waardevolle mooie workshop, waarbij ik op een geheel nieuwe wijze ben gaan nadenken over wat zorg in pedagogisch opzicht betekent binnen ons werk als docent maar nu ook als student studerende bij ArtEZ Arnhem. Ik heb niet de intentie gehad om negatief te schrijven, maar slechts volkomen oprecht en eerlijk.
Het is de enige manier om op de omgeving en op eigen ervaringen en hoe anderen of een situatie/sfeer/gebouw/organisatie op mij overkomen en hierop oprecht op te reflecteren.
Er was deze drie bijeenkomsten een prettige sfeer, waarin ieder (voor zover ik kan inschatten) zich vrij voelde om deel te nemen aan de gesprekken en het fijn was om gezamenlijk op een ongedwongen wijze samen teksten te lezen (aan elkaar voor te lezen), op die wijze eigen manifesten te schrijven en te verwerken in het gezamenlijk gemaakte Quilt. Deze is precies geworden zoals hij moest zijn, warme sfeervolle kleuren, chaotisch en onlogisch, en getuige van de sfeer zoals ik hierboven heb omschreven.
Omdat niet ieder tegelijk op het einde kon meewerken aan het aan elkaar zetten van alle onderdelen, heb ik in de derde bijeenkomst een poppetje gemaakt uit de aanwezige lapjes, en hier een imperfect gek gezichtje op geborduurd. Deze heb ik niet aan het quilt vastgezet, hij blijft bij mij, als een mooie herinnering aan deze workshop, groetjes, Sanne